GOD VERDEELT DE ZENDTIJD

april 1986

 

allah,atheisme,christenen,de overheid,de televisie,de verdeling van de macht,

fascisme,god,godsdiensten,humanisme,humanisten,humanistische levensovertuiging,

ideologie,islamieten,nationaal socialisme,nationaal-socialisme,nihilisme,politici,

televisie zendtijd,vrijdenken,zelfbewustzijn,zendmachtiging.

 

 

 

 

Terug naar: de Startpagina

 

GOD VERDEELT DE ZENDTIJD

 

Volgens de Nederlandse wet kunnen levensbeschouwelijke groeperingen aanspraak maken op radio en televisie zendtijd mits die levensbeschouwing niet via de reeds bestaande zendgemachtigden tot zijn recht kan komen. Op grond van die regeling heeft De Vrije Gedachte destijds een zendmachtiging gekregen voor de radio en later ook voor de televisie. Dat is een redelijke zaak, want het positieve, humanistische atheïsme staat bij geen enkele omroepvereniging centraal. Het is er in sommige gevallen wel stilzwijgend in voorondersteld maar dat is dan steeds in negatieve zin: men noemt zichzelf “niet confessioneel”. Tegenover die negatieve stellingname moet een positieve staan en daarvoor zorgt De Vrije Gedachte - als enige in dit land. Je zou dus kunnen zeggen dat alles "democratisch" geregeld is en voldoet aan het principe van de gelijkberechtiging. Laten we eens kijken wat daarvan in de praktijk terecht komt!

 

Een stukje geschiedenis

Toen wij onze zendmachtiging kregen werd ons per jaar één uur televisie zendtijd toegewezen. Dat was in 1971, dus inmiddels 15 jaar geleden. Gedurende die tijd is er in het "Centraal Bestuur" voortdurend sprake van geweest dat dit éne uur veel te weinig was om ons behoorlijk te kunnen profileren. Deze overtuiging won gaandeweg meer veld, toen uit allerlei onderzoekingen bleek dat steeds grotere groepen van de bevolking zich openlijk gingen manifesteren als ongelovig en zelfs als atheïstisch. Daar kwam nog bij dat het aan het Humanistisch Verbond gelukte om gestaag de zendtijd voor radio en televisie uit te breiden. Ondanks deze sterke argumenten voor het aanvragen van meer zendtijd kwam er in de praktijk niets van terecht. Enerzijds was dat te wijten aan de - inmiddels bijna spreekwoordelijke - laksheid van de meeste vrijdenkers als het er om gaat nu eens iets voor de vereniging te doen. Een verzoek aan de juristen in onze gelederen, om een hecht doortimmerde aanvrage te produceren, liep onveranderlijk uit in vage toezeggingen of zelfs afwijzingen, met het beruchte beroep op "drukke werkzaamheden". Maar anderzijds was er bij enkele leden van het Centraal Bestuur de neiging om de kat uit de boom te kijken en dat was dan meestal de kat van het Humanistisch Verbond, een kat die wel bereid was medewerking te verlenen, door ons op de hoogte te stellen van zijn argumentatie bij de Omroepraad en eventueel ook bij de Minister , maar die natuurlijk verder niets voor ons kon doen. Er gebeurde dus niets.

Het, onder andere door mij, steeds naar voren gebrachte idee om consequent ieder jaar zendtijd aan te vragen, desnoods dan maar niet zo juridisch onderbouwd, vond weinig gehoor, misschien wel mede door de onbewuste angst om bij de dames en heren "deskundigen" voor schut te staan met onze niet wetenschappelijk onderbouwde en niet van modieuze voetnoten voorziene aanvragen. Overigens behoeft het natuurlijk geen betoog dat de bestuurders van dit land zelf ook niet zo democratisch zijn om eigener beweging de vrijdenkers meer zendtijd te geven. Hun opvatting van “besturen" reikt nauwelijks verder dan het veelvuldig gebruik maken van de rem. Met het draaien aan het stuurwiel hebben zij nog steeds de grootste moeite...

 

De recente gebeurtenissen

Aan het begin van dit jaar hebben wij eindelijk de stoute schoenen aangetrokken. Wij hebben een aanvrage voor één uur extra zendtijd ingediend. We wilden dat uur gebruiken om driemaal per jaar een "special" te maken over het vrijdenken en wat daarmee samenhangt. En ja hoor, de dames en heren van de omroepraad. onder voorzitterschap van de socialistische humanist Hein Roethof, leenden ons een welwillend oor! Men gaf ons zelfs een aantal bedekte voorzetjes om aan onze verlangens nog meer kracht te kunnen bijzetten. Marius Hofhuis, Job de Klepper, Bob de Graaff en ik keerden dan ook optimistisch huiswaarts en wij maakten onszelf wijs dat onze bescheiden opstelling, om namelijk maar één uur te vragen, in niet geringe mate aan het succes had bijgedragen... De dames en heren waren er door ons van overtuigd dat ons éne uur zendtijd in een heel jaar toch wel erg weinig was om jezelf als vrijdenkers organisatie te profileren. Bovendien dwongen de aantallen reacties op de uitzendingen respect af. Dat wees inderdaad op een behoorlijke weerklank bij de bevolking. Toch werd de zendtijd uitbreiding afgewezen.

Wij zouden onvoldoende in staat zijn geweest waar te maken dat wij in een behoefte van zoveel mensen voorzien. Er werd niet bij vermeld hoe je zoiets dan wel zou kunnen waarmaken. Mij dunkt dat juist de hoge aantallen reacties van de kijkers daarvoor een indicatie zouden moeten zijn. Onze laatste uitzending bijvoorbeeld, namelijk die over “Vrijdenken en conditionering", leverde binnen enkele dagen méér dan 500 reacties op en dat waren zonder uitzondering bijvalsbetuigingen. In omroepkringen hebben wij vernomen dat dit betekent dat er wel 500.000 mensen geweest zijn die zich voorgenomen hadden te reageren, maar die er niet toe gekomen zijn. En wie zal zeggen hoeveel mensen wij dan in feite met onze uitzending bereikt hebben? Het is duidelijk dat hier andere mechanismen aan het werk zijn: de opiniepeilingen inzake de levensovertuiging worden terzijde gelegd, de respons van de kijkers is niet relevant, wat is er dan wel van belang? Juist, goed gezien, beste lezer: het feit dat wij vrijdenkers zijn die het goddelijk bestel afwijzen en die, op zijn zachtst gezegd, niet zo te spreken zijn over het gedoe van de machthebbers in deze wereld. Daar ligt de verklaring voor het afwijzen van meer zendtijd.Het is waarschijnlijk onze vriend Brinkman zelf geweest, die ons land heeft willen behoeden voor de "nihilistische goddelozen”. Over het H.V. is desnoods nog te praten, die hebben tenminste nog een levensovertuiging, die met wat goede wil ook nog wel "religieus" genoemd zou kunnen worden, terwijl hun maatschappelijke opstelling slechts kritisch is ten aanzien van de verdeling van de macht en de rechten van de mensen, maar niet ten aanzien van het systeem zelf. Dat ligt bij die vrijdenkers wel even anders! Dus, geen uitbreiding van zendtijd - het is zo al erg genoeg.

 

De klap op de vuurpijl

Als ik goed ben ingelicht leven er in ons land zo'n 500.000 Islamieten en het schijnt zelfs zo te zijn dat steeds meer christenen zich tot dat geloof bekeren. De eenvoudige waarheden en de strenge autoriteit van de leer zullen voor die mensen wel aanlokkelijk zijn. Een bekend gegeven: liever gehoorzaam zijn dan zelf je hersens te gebruiken, liever een stevige gebondenheid dan persoonlijke vrijheid en daarbij is het natuurlijk nooit weg om je gedekt te weten door de goddelijke waarheid. Maar hoe dan ook, die mensen hebben natuurlijk het volste recht zich in een club te verenigen en zich binnen dat kader aan hun onzin over te geven. Dat dit in dit land een opdringerig karakter heeft zijn wij al lang gewend, de andere godsdiensten doen niet anders. Dat deugt natuurlijk niet, maar toegegeven moet worden dat het tot nu toe wel gebruikelijk is. En dus zou je er best achter kunnen staan dat de Islamieten ook in aanmerking komen voor zendtijd op de televisie. Maar wat, voor den donder, is dan het criterium dat zij meteen al 13 uur, jawel dertien uur, zendtijd toegewezen krijgen? Terwijl ons één extra uur geweigerd wordt!

Vertegenwoordigen zij de inzichten van meer mensen dan de vrijdenkers doen? Natuurlijk niet, één uitzending van tien armzalige minuten verbindt in een klap meer geestverwanten dan er op het ogenblik Islamieten in ons land zijn. De clou is natuurlijk ook hier weer dat zij wel niet zoveel mensen vertegenwoordigen, maar de heerlijkheid van god. En dat is ten allen tijde een respectabel streven. Dat doet zich ook voor bij de christelijke scholen: zij zijn almaar bezig de Islamitische kinderen tot zich te trekken. Nu is plotseling “de christelijke identiteit" niet meer in het geding, zoals dat wel het geval was ten aanzien van de openbare scholen. Nu is de door de christenen verfoeide Allah ineens een bondgenoot geworden, een medestander in de strijd tegen het ongeloof, een collega, zogezegd. Overigens, het is niet alleen van deze kant dat het gevaar dreigt om buitenspel gezet te worden. Ook ontwikkelingen binnen "bevriende organisaties” gaan een voor het vrijdenken en atheïsme bedreigende kant uit...

 

Samenballing van machten

Over de gehele wereld valt waar te nemen dat de behoudende machten zich aan het concentreren zijn. Zij menen een verval van waarden te constateren en vrezen een afglijden van de mensheid naar normloosheid en onverschilligheid. Daartegen moet een dam opgeworpen worden en dus is het noodzakelijk de handen ineen te slaan. Dit wordt zo langzamerhand zo urgent geacht, dat men zelfs bereid is met ongodsdienstige groeperingen, zoals de humanisten, samen te werken. Als er maar sprake is van “een overtuiging" met een ideologisch karakter. Ik kan hieraan helaas niets anders bedenken dan dat men terug wil naar de ideologie en de daarbij behorende van bovenaf gedicteerde moraal. Of die moraal nu van god komt of van de een of andere ingeboren menselijke "redelijkheid” doet er niet toe, als het maar om iets hogers, iets verhevens gaat. Dat zou de mensheid van de ondergang kunnen redden en haar behoeden voor autoritaire systemen. Waarbij er dan stilzwijgend van uitgegaan wordt dat “god” en “de rede" in het geheel niet autoritair zouden zijn. Ik moet eerlijk bekennen dat ik in dit soort ideeën een weergaloze arrogantie bespeur, en wel precies die arrogantie die kenmerkend is voor mensen die, op grond van hun ontwikkeling, menen de wereld te moeten besturen. Mensen, die echter niet willen inzien dat datgene dat zij als “verval van normen" waarderen nu juist de eerste tekenen van een nieuwe tijd zijn, een tijd waarin het de mensen er om zal gaan zich eindelijk te bevrijden van de overheersende cultuur conditioneringen, die hen al zo lang in hun mogelijkheden beknot hebben. Zij willen maar niet begrijpen dat die eerste tekenen onvermijdelijk een negatief karakter hebben, omdat zo'n nieuw bewustzijn zich om te beginnen afzet tegen het oude. Er moet eerst “verval van normen” zijn, willen er nieuwe en betere voor in de plaats komen. Het is niet zo moeilijk te begrijpen dat de godsdiensten zich hiertegen verzetten, zeker nu het in de mensheid onmiskenbaar om een geestelijke bevrijding gaat, maar dat de humanisten zich hierop verkijken en zich bij de behoudende krachten willen laten inlijven is voor mij uiterst alarmerend. Zou het intellectuele karakter van het georganiseerde humanisme ook hier weer de oorzaak zijn van een als vanzelfsprekend van boven afdenken, dat het maar niet voor elkaar krijgt om de bewegingen van onderaf op een juiste wijze te interpreteren? Ik moet vrezen dat dit inderdaad het geval is, maar dan moet ik ook vrezen dat wij vrijdenkers in de toekomst wel eens minder goede maatjes met het Humanistisch Verbond kunnen worden. Hopelijk komt het zover niet. We zullen maar hopen dat er ook binnen het Verbond mensen genoeg te vinden zijn die bijtijds de bakens kunnen verzetten, om te verhinderen dat het straks al ideologie zal zijn wat de klok slaat!

 

Autoriteit en ideologie

Een uiterst merkwaardige redenering viert sinds enige tijd hoogtij in de kringen van sociologen, politici en levensbeschouwelijke voorgangers. Volgens die redenering vormt het wegzakken van idealen, overtuigingen en doelstellingen een vruchtbare voedingsbodem voor autoritaire en ondemocratische systemen. Men meent dat in de recente geschiedenis waargenomen te hebben, bijvoorbeeld bij de opkomst van het nationaal-socialisme en het fascisme. Beide bewegingen zouden hun kans gekregen hebben doordat er in de mensen een levensbeschouwelijk vacuüm was! Maar dat is nu juist niet waar, zij waren beide de politieke uitwerking van heel stevig in de mensen gewortelde ideologieën, namelijk die van de machtige patriarchale staat met zijn strenge orde en tucht en de als hoogste deugd gewaardeerde gehoorzaamheid aan het gezag. Er was helemaal geen levensbeschouwelijk vacuüm, er was een tot in het absolute opgevoerde ideologie. Niet een of andere leegte maakte een autoritair systeem mogelijk, maar daarentegen juist de aanwezigheid van zogenaamde bedreigde normen en waarden, die door behoudende en op macht beluste lieden als het hoogste goed aangeprezen werden. En precies dat gaat men nu ook doen als het H.V. gaat ijveren voor een gezamenlijk front tegen datgene dat men gemakshalve en ondoordacht "nihilisme" pleegt te noemen. Gelukkig kan de humanistische levensovertuiging, als men consequent is, niet tot zulke excessen leiden, maar mij dunkt dat het toch goed zou zijn zich niet te verbinden met die instituten, die het voor hun machtsontplooiing moeten hebben van het activeren van in de mensen latent levende gefrustreerde ideologieën. Wat meer begrip voor de bevrijding van de menselijke geest zou bepaald niet misstaan...

 

God en de televisie

Om terug te keren naar het begin van dit verhaal: het door de overheid weren van vrijdenkers is in feite het onmogelijk maken van bevrijdende processen in het zelfbewustzijn van de mensen. Zo'n overheid is bang voor die processen, om voor de hand liggende redenen. Gezien vanuit dit gezichtspunt is het heel begrijpelijk dat godderige groeperingen gemakkelijker en meer zendtijd krijgen dan de vrijdenkers en dat men daarbij voor dit soort zaken geldende regels met voeten treedt. Bovendien moet opgemerkt worden dat niet alleen de confessionelen zich hieraan schuldig maken. Ik denk dat het geen toeval is dat men het bij de VARA stelselmatig "vergeet” onze uitzendingen aan te kondigen als zij klaar zijn met hun programma en misschien was laatst die film van ons ook niet helemaal per ongeluk zoek... In ieder geval is het een feit dat de vrijdenker, als het er op aan komt, ook voor andere dan confessionele machten een bedreiging vormt. Dat is misschien wel allemaal niet zo leuk. Maar als je het vrijdenken serieus neemt zie ik dat toch als laatste consequentie.

 

Bovenstaande tekst is geschreven:

Door Jan Vis, filosoof.

 

Terug naar: de Startpagina

 

 

Pagina's zijn door mij uit het tijdschrift van De Vrije Gedachte No. 165 april 1986 overgenomen.   

Aangezien de filosofie er niet is voor enkele bevoorrechten maar juist voor alle mensen, is het citeren uit  mijn werk zonder meer toegestaan. Wel echter zou ik het op prijs stellen dat het citeren vergezeld gaat van een duidelijke bronvermelding! (Jan Vis)

 

website analysis
website analysis

website analysis
online hit counter