WAT JE VAN VER HAALT- (LEVEN)
De Vrije Gedachte No. 278 september 1997
big bang,creatie,de werkelijkheid,evolutie van het leven,god,het bestaan van een schepper,het leven,het ontstaan van het leven,oorsprong van het leven,kosmos,new age,religies,schepper,scheppingsverhaal.
Terug naar:
de
Homepage van Rob van Es voor méér informatie
WAT JE VAN VER HAALT- (LEVEN)
Onlangs heeft men naar het schijnt met zekerheid vastgesteld dat het
leven op onze planeet overgewaaid is uit de ruimte, als een soort van bacterie
die niet sterven kan en die dus de lange reis gemakkelijk gemaakt kan hebben.
Dat moet inderdaad een bijzonder lange reis zijn geweest want de moderne
astronomen kunnen onvoorstelbaar ver in het heelal kijken, maar nimmer hebben
zij enig leven ontdekt waarvan aangenomen kan worden dat er een mogelijkheid in
zit zich tot bekende of nieuwe levensvormen te ontwikkelen.
Dat het leven op onze aarde van een
buitenaardse oorsprong zou zijn is een veronderstelling die al vaak gedaan is.
In de eerste plaats natuurlijk door aanhangers van allerlei religies die als
regel met een of ander scheppingsverhaal aan komen zetten. Hun scheppende goden
kunnen logischerwijs niet anders dan buitenaards zijn. Zelfs gelovigen
begrijpen dat de aanname van het bestaan van een schepper noodzakelijk met zich
mee brengt dat er een concrete afstand moet zijn tussen de schepper en zijn
creatie. Dus: een buitenaardse scheppende kracht, al of niet gedacht in de vorm
van een persoon. En het behoeft ook geen opzien te baren dat men binnen de
kringen van New Age ook met graagte aan een buitenaardse oorsprong denkt. Men
is daar gek op alles wat op een mysterieuze wijze uit de ruimte komt! Als het
maar boven ons, kleine en beperkte mensen, uitgaat is het al bij voorbaat
geloofwaardig. Over de schare occulte zekerweters, al
of niet voorzien van een zichzelf toebedachte professorale status, heb ik het
al helemaal niet, want wat die voor merkwaardigs weten te verzinnen grenst
inderdaad aan het ongelofelijke...Bij mij wekt het evenwel vooral verbazing dat
gekwalificeerde astronomen met zulke wilde verhalen komen en daarbij niet eens
de moeite nemen om ons duidelijk te maken dat het om uiterst speculatieve
veronderstellingen of experimentele wetenschappelijke modellen gaat. Men doet
net of we te doen hebben met sluitende of althans zeer plausibele theorieën
waarvan de juistheid door steeds meer feiten ondersteund wordt. Wat dat dan
voor feiten zijn weet ik niet, maar vertrouwen kan ik er absoluut niet in
stellen omdat dat hele verhaal over een buitenaardse oorsprong aan alle kanten
rammelt. Maar zelfs als het op enigerlei manier zou blijken te kloppen gaat het
nog steeds over een nietszeggende ontdekking. Je wordt er absoluut niets wijzer
van want hij lost totaal niets op. Het is weer het oude liedje.
Ik wijs op een paar merkwaardige dingen:
Ten eerste: men kan het nog steeds niet laten voor het ontstaan van
verschijnselen een uitwendige oorzaak te zoeken. Leven moet van elders
komen en als het er eenmaal is moet de evolutie ervan veroorzaakt worden door
de een of andere inwerking van buitenaf. Bombardementen uit de ruimte van
bepaalde deeltjes moeten plotselinge veranderingen in de genenstructuur teweeg
hebben gebracht. Wat dit betreft is de ontdekking van het DNA letterlijk “een
geschenk uit de hemel”, want daarmee kun je nu werkelijk alles verklaren, dat
is te zeggen: alle inwerkingen van buitenaf kunnen nu aannemelijk gemaakt
worden en daarmee is aan de diepgewortelde psychische behoefte voldaan om
externe oorzaken als verklaringsgrond voor het ontstaan van vooral Ievende verschijnselen aan te kunnen voeren. De behoefte
aan uitwendige oorzaken is geworteld in het geloof, het maakt niet uit welk
geloof. Uiteindelijk is het immers god die als de meest sublieme uitwendige
oorzaak van het heelal kan fungeren! Je begint bij, zeg maar, een gammadeeltje
en je eindigt bij god. Redenering gesloten..! Dat de werkelijkheid volslagen
zelfwerkzaam is wil er ook bij de meeste gezaghebbende wetenschappers niet in.
Er moet een oorzaak zijn, een schepper, een “Big Bang”. En uiteraard moet die
van buitenaf werkzaam zijn, de zaak in beweging zetten, zoals het een goede
oorzaak betaamt. Ontwikkelt het leven zich door inslagen van gammadeeltjes?
Goddank, dat is nu eens een betrouwbare verklaring die niet alleen
wetenschappelijk, maar vooral ook psychisch bevredigt. Bovendien is hij
uitermate geruststellend.
Ten tweede: stel nu eens dat het leven inderdaad over is komen waaien
uit de onmetelijke verten van de kosmos. Is dat dan een afdoende en
bevredigende verklaring voor het ontstaan van het leven en de evolutie van het
leven? Neen, natuurlijk niet. Het zegt absoluut niets, of het zou moeten zijn
dat het iets zegt over diegenen die zoiets beweren, namelijk dat zij niet erg
bedreven zijn in het doordenken. Want: waar is dan dat andere leven,
elders in de ruimte, vandaan gekomen? Is dat, hetgeen logisch zou zijn, ook van
verre overgewaaid? En indien dat inderdaad het geval is, waar komt dat dan
vandaan? Ergens moet het leven toch ontstaan zijn, een levend verschijnsel
namelijk dat nu eens niet overgewaaid is! Hoe kon dat dan ontstaan? Ach,
natuurlijk: dat is indertijd door een god geschapen, of wellicht
losgebroken uit een antirealiteit, samengesteld uit die mysterieuze
antideeltjes! Voor de goedgelovige klinkt het inderdaad nog aantrekkelijk
ook...
Ten derde: elke levensvorm hangt volledig samen met zijn
biotoop. Er is geen levensvorm die zich aan deze samenhang kan onttrekken. Dat
gelukt zelfs de mens niet, hoewel die beangstigend ver in het realiseren van
zijn praktische onafhankelijkheid van de natuur dreigt te komen. Maar dat is
uitsluitend aan de mens voorbehouden. Gaat het evenwel over de eerste, alsnog
uiterst primitieve, levensvormen, dan is die onlosmakelijke samenhang met het
biotoop een absolute voorwaarde voor dat eerste leven. Dat betekent dus dat er
destijds, toen die levende cellen uit het universum overgewaaid zouden zijn, op
onze planeet een volledig adequaat biotoop aanwezig moet zijn geweest. Als dat
echter het geval is kan het niet uitblijven dat er ook op de planeet al leven
ontstaan is, zelfs een leven van dien aard dat ook hier aan alle voorwaarden
voor een verdere evolutie voldaan is. Er is dus geen enkele logische noodzaak
om aan iets buitenaards te denken. Doet men dat echter toch, dan is er stellig
iets anders aan de hand. Zo heeft men dezer dagen laten weten dat veel kometen
uit brokken ijs bestaan en dat dit er op wijst dat elders in het heelal water
aanwezig is. En meteen heeft men er maar losjes bij gezegd dat dus het
voor het leven op onze aarde onontbeerlijke water uit de kosmos afkomstig is.
Hoezo? Alweer: het mag eenvoudig niet zo zijn dat onze planeet zich
geheel op eigen kracht omzet tot levende verschijnselen en uiteraard
tegelijkertijd het daarvoor noodzakelijke biotoop ontwikkelt! De stelling dat
het leven en haar biotoop van elders komen is derhalve volstrekt nietszeggend,
ja zelfs is het een regelrechte dooddoener! Men verschuift stilletjes het
vraagstuk van onze planeet naar een andere en de wezenlijke vraag blijft
onbeantwoord. En het feit dat men daarentegen met een zekere graagte genoegen
neemt met primitieve middeleeuwse verklaringen wijst er op dat de psyche van het gros van de mensen, inclusief die van vele
wetenschappers, nog volslagen onvolwassen is. Voor zo'n psyche
is het namelijk onaanvaardbaar dat de werkelijkheid, ook de menselijke
werkelijkheid, uit en door zichzelf tot stand gekomen is. Zelfs als men geen al
of niet wetenschappelijk alternatief meer zou hebben en er niet meer onderuit
kan zodat men redelijkerwijs wel tot de conclusie moet komen dat op de een of
andere manier de werkelijkheid in zichzelf het vermogen heeft zich tot leven om
te zetten, zal men nog proberen vol te houden dat er goddelijke of spirituele
krachten werkzaam zijn. Er moet een uitwendige oorzaak zijn, een kracht die de
zaak in beweging gezet heeft maar die natuurlijk zelf geheel en al buiten die
zaak staat. In feite is er in het universum helemaal niets in gang gezet.
Beweeglijkheid is het wezenlijke karakter van de werkelijkheid en haar
gigantische hoeveelheid variaties. Alles is, meer of minder afgeremd of
onderdrukt, in voortdurende beweging. Niet doordat god of een andere kabouter
de zaak een zetje heeft gegeven, maar doordat de zaak nu eenmaal onmogelijk
niet-beweeglijk kan zijn. Omdat dit het geval is kan er dan ook van alles
gebeuren, naverloop van tijd ook dat bepaalde
verschijnselen “Ievend” worden, wat in wezen niets
anders betekent dan dat de erin onderdrukte inwendige beweeglijkheid van
karakter veranderd is, namelijk van latent naar manifest. Eerst stond dus het
op een bepaalde manier onbeweeglijk zijn van het in wezen beweeglijke op de
voorgrond en vanaf een zeker moment staat op een bepaalde manier het
beweeglijke op de voorgrond. Leven is dan ook niets anders dan “wederom
beweeglijk zijn”. Die verandering van het karakter van de beweeglijkheid treedt
niet zomaar op. Er is een uiterst verfijnd proces aan vooraf gegaan, een proces
waarin de planeet zichzelf rijp maakte voor haar laatste grote ontwikkeling:
de evolutie van het leven!
Bovenstaande tekst is geschreven: door Jan Vis, filosoof.
Terug naar:
de
Homepage van Rob van Es voor méér informatie
Zijn e‑mail adres luidt: ...
webpagina: …
Pagina's zijn door mij uit
het tijdschrift van De Vrije Gedachte No. 278 september 1997 overgenomen.
Aangezien de filosofie er
niet is voor enkele bevoorrechten maar juist voor alle mensen, is het citeren
uit mijn werk zonder meer toegestaan.
Wel echter zou ik het op prijs stellen dat het citeren vergezeld gaat van een
duidelijke bronvermelding! (Jan Vis)
|
|