algemeen belang,arbeid,economie,economisch
systeem,groepsbelang,grootkapitaal,individualisme,kapitaalbezitter,
kapitalisme,leefmilieu,macht,materiele armoede,rechten van het individu,schaarste,socialisme,solidariteit,vakbonden,
veiligheid,vrije markt,werkgelegenheid.
Terug naar: de Homepage van Rob van Es voor méér
informatie
Naar: een grens te ver individualisme voorstelling
gedrag – Jan Vis
Naar:
eenindividualistischebeschouwingvolwassenindividualiteitdvg242-Jan Vis
Naar:
individualismekapitalismesocialismedvg - 243 – Klaas de Boer
Naar: individualistischebeschouwingenkapitalismedvg
- 244 – Dhr. H.
Atsma
Naar: datverfoeilijkeindividualismedvg245-Jan vis
Naar: datverfoeilijkeindividualismedvg246-Jan Vis (eerste vervolg)
Naar: datverfoeilijkeindividualismedvg247-Jan Vis (tweede vervolg)
Naar: datverfoeilijkeindividualismedvg248-Jan Vis (derde vervolg)
Bladwijzer: Werkgelegenheid
EEN INDIVIDUALISTISCHE
BESCHOUWING
Toen het artikel van Jan Vis voor het februarinummer 242 van dit
blad, handelend over het individualisme, reeds ter perse was gegaan kwam het
onderstaande artikel van Klaas de Boer binnen. Het toeval wilde dat hij in
grote trekken hetzelfde onderwerp in behandeling had genomen, maar dat vanuit
een geheel andere, zelfs wel tegengestelde optiek. Hoewel geen van beide
artikelen, noch dat van Jan Vis, noch dat van Klaas de Boer, een reactie op
elkaar zijn, kunnen zij toch beschouwd worden als een waardevolle aanzet tot
een discussie die ook in de kringen van vrijdenkers van belang is. Het al
eeuwenoude dilemma of je nu de gemeenschap of het individu moet laten
prevaleren heeft nog niets aan belang ingeboet. Je kunt zelfs stellen dat het
met het politiek en economisch instorten van dat wat “socialisme” genoemd werd
een geheel nieuwe dimensie gekregen heeft.
Daarom plaatst de redactie met genoegen:
Klaas de Boer
Het individualisme kenmerkt zich als de leer die de rechten van het
individu boven die van de gemeenschap stelt. Plat gezegd is dit de
levenshouding waarbij bewust ten laste van de gemeenschap voor het eigen
welzijn wordt gezorgd
Het huidige dominante economische systeem
wordt kapitalisme genoemd omdat het berust op het vermeerderen van kapitaal
door te produceren tegen lagere kosten dan de verkoopprijs, op de basis van de
theorie van de schaarste. Het handhaven van deze wijze van persoonlijke
kapitaalvermeerdering wordt verkregen door te zorgen dat men de verkoopprijs
kan blijven bepalen, want wie de prijs van iets kan bepalen heeft de macht. Dat
laatste gebeurt in dit economisch systeem niet door de consument en ook niet
door de overheid... De kapitaalbezitter gebruikt die macht alleen voor de
bevrediging van eigen behoeften voor zijn eigen belang waaruit ondubbelzinnig
blijkt dat het kapitalisme berust op individualisme. Door voorstanders
van dit systeem wordt echter beweerd dat, het algemeen belang er ook door wordt
gediend want wanneer iedereen op deze manier rijk wordt zijn we allemaal rijk.
Het zou ook het enige systeem zijn dat voor arbeid kan zorgen. De
verkooptechniek van de producenten zal daarom de motivatie voor het kopen van
de producten verleggen van de producent naar de consument opdat deze de indruk
heeft dat er voor hem geproduceerd wordt en dat bovendien het kopen van
producten noodzakelijk is om de werkgelegenheid te waarborgen. Deze omkering van de
motivatie van het produceren bestaat ook uit het vestigen van de gedachte bij
het publiek dat de producten gemaakt worden om haar behoeften te bevredigen,
ondanks dat die consument die behoeften niet heeft, omdat hij vaak de wijze
waarop die behoefte bevredigd zou kunnen worden niet eens kent. Het klassieke
voorbeeld hiervan is het scheermes waarmee men zich niet snijden kan. Dit werd
niet ontworpen om te voorkomen dat men zich snijdt, maar opdat de gebruiker
zijn leven lang verplicht is losse mesjes te kopen. Een firma die een
veiligheidsscheermes op de markt bracht wat geslepen kon worden (My valet) verdween daarvan. De uitleg dat hier sprake is van
“een gat in de markt” dat wil zeggen een leemte in de dekking van een behoefte
en dat die alleen ontdekt kan worden door iemand die daar open voor staat om
het te ontdekken, is maar een deel van de waarheid. Want de ondernemer heeft
niet de dekking van de behoefte als doel maar het behalen van persoonlijk
voordeel in de vorm van kapitaalwinst. De koper is er alleen maar financieel
slechter op geworden bij een geringe verlichting van zijn arbeid. Bovendien
wordt in de reclame voor het mes, gesuggereerd dat een glad gezicht wel, en een
ongeschoren gezicht niet sociaal aanvaardbaar is. Andere voorbeelden zijn de te
goedkope maar degelijke petroleumlamp die in China werd verkocht, maar waarmee
kapitalen zijn verdiend aan de steeds weer benodigde te duur verkochte petroleum;de horloges en klokken die, om het lastige
opwinden te vermijden voor altijd voorzien moeten worden van batterijen die
periodiek vervangen moeten worden, en die bovendien schadelijk voor de koper
zijn omdat ze zijn leefmilieu beschadigen. Het lijkt er soms op of de gaten in
de markt eerder gemaakt worden dan dat ze er zijn. Langs allerlei wegen wordt
aan behoeften gewerkt door verlichting en reclame van de kant van de producent,
maar ook door de door de producent gemanipuleerde overheid. Direct na de
beëindiging van de verwoestende oorlog van 1940-45 werd door een ingreep van de
overheid het verder ontwikkelen van het openbaar vervoer achtergesteld
bij het vervoer per auto. Want, hoewel er plannen door de spoorwegen ontwikkeld
waren voor een dicht spoorwegnet, waarop per uur zoveel treinen zouden kunnen
rijden dat een spoorboekje niet meer nodig was, kocht de regering de overbodig
geworden vrachtauto's van het Amerikaanse leger op, om het vervoer over de weg
te stimuleren, al was het wegennet daar niet op berekend. Stedenbouwkundige
plannen waarbij de steden hun vorm kregen door de nauwe relatie tussen werken
en wonen waren al snel van de baan. De internationaal ontwikkelde oplossing om
industrieterreinen door korte verbindingswegen met openbaar vervoer vlug bereikbaar
te maken vanuit de woongebieden is door de propaganda en de invloed van de
autofabrikanten veertig jaar tegen gehouden. Het publiek wordt het kopen van
een auto aangeraden opdat hij vakantie kan nemen in verre landen in plaats van
vakantie faciliteiten in eigen land te ontwikkelen. Of men wordt een auto
aangeraden om op het platteland te kunnen wonen ook wanneer men in de stad
werkzaam is. Er wordt beweerd dat deze maatschappij een modern, dus een
beweeglijk karakter heeft waardoor de werkers horen te verhuizen of te
veranderen van beroep, terwijl de mens de chaotische leefwijze nauwelijks
overleeft door stress en kwalen die daaruit ontstaan. Men is gaan geloven dat
deze maatschappij deze eisen aan de mensen stellen moet en men ziet niet
in dat die eisen voortvloeien uit het snelle vermeerderen van kapitaal dat
slechts weinigen, van ons, voordeel biedt. Deze ombuiging van wat voor de
individuen in het algemeen belangrijk is, naar dat wat hij belangrijk moet
vinden is het resultaat van het voorrang geven aan het individualistische
denken. De mensen denken dat ze zelf motieven hebben om iets aan te schaffen of
om iets te doen, maar de met veel geld, via de media, verkregen invloed van de
producenten heeft die behoefte voorzien en ondergesneeuwd. Langs allerlei wegen
wordt aan dat omkeerproces gewerkt. Zo heeft sponsoring door het bedrijfsleven
van sport, kunst, ontspanning, het doel om het initiatief voor alles wat men
als nodig en plezierig ervaart, over te nemen zodat men de concerns, de
kartels, de firma's enz. gaat beschouwen als de onmisbare bron van alles wat
goed en nuttig is in dit leven. Zo wordt het individu, maar ook de samenleving
volledig afhankelijk van “het grootkapitaal”. Een Japanse zakenman heeft al
voorgesteld om de zakenwereld de regering van het land over te laten. Het
effect van sponsoring, maar ook van subsidiëring, is, dat het initiatief voor
verbetering en verfraaiing van de woonplaats en de omgeving daarvan, dus van
stad en landschap, de menselijke leefsfeer, in handen is van hem die daaraan
verdienen wil. Projectontwikkelaars dwingen gemeentebesturen, de door hen
ontwikkelde stedenbouwkundige plannen uit te voeren. De mens dreigt vervreemd
te raken van dat, waarvoor hij zich zou moeten of willen inspannen. Alles wat
gemaakt zou kunnen worden door persoonlijke inspanning, hoe gering ook, is al
gemaakt. Vooral jonge mensen, die eigen inbreng als belangrijk zien worden
overdonderd door de stroom van vaak volmaakte althans direct onnavolgbare
producten zodat bij veel van hen de neiging ontstaat lak aan alles te hebben
of, wat aan de orde van de dag is, zelfmoord te plegen. De huidige maatschappij
heeft blijkbaar geen ruimte voor de inbreng van iemand die zich aan een, hem
bevredigende, taak zou willen wijden. Het op individualistische grondslagen
gevestigde economisch stelsel pleegt op het leven van het individu rechtstreeks
een aanslag doordat het algemeen belang niet centraal staat. Het
individualistische denken scheidt de mensen in, die succes hebben; die het
minst geneigd zijn tot het verantwoorden van hun daden aan de anderen: “de
diehards”, in een maatschappij die daartoe de gelegenheid biedt, en zij die
geen succes hebben, de softies, de zwakkeren in deze maatschappij. Het
socialistische denken is hier een reactie op. De klemtoon van de strijd die
door de socialer denkenden gevoerd is heeft dan ook in de eerste plaats gelegen
op het terugdringen van de materiele armoede van de zwakken. Nu aan die
belangrijkste eis is voldaan, en de organisatie van de maatschappij de
instrumenten ingebouwd heeft gekregen om de ergste armoede op te vangen hebben
“de socialistische partijen” en vakbonden de strijd beperkt tot het verdedigen
van die verworvenheden, waarbij het terugdringen van het individualistische
denken geen factor meer is, met het gevolg dat uitbuiting van de zogenaamde
zwakkeren doorgaat, alleen op een hoger plan. De oorspronkelijke paupers worden
nu als koopvee geëxploiteerd. De zogenaamde
vrije markt van het kapitalistische systeem is geen markt van vraag en aanbod,
van consument en producent. De koper op die markt is niet de gewone man die
koopt wat hij nodig heeft, maar het is de ondernemer die, gemanipuleerd door de
producent, voor hen, als het koopvee inkoopt en, in
door de producent beheerste winkels en supermarkten aan de consument
doorverkoopt. Niet de arbeidskracht of de intelligentie van de mens wordt zoals
vroeger gebruikt om de winsten van de sterksten op te bouwen, maar z'n
toegeschoven geld wat hem op de snelst mogelijke manier weer ontfutseld wordt,
is nu de bron van winst. De economie is nu niet meer gericht op het verzamelen
van een groot kapitaal alléén, maar is gericht op de techniek om te zorgen dat
dat kapitaal zo kort mogelijk in beheer is, dus hoe het kapitaal het snelst kan
worden omgezet. Rijk is alleen iemand die sneller dan een ander zijn vierde
auto kan kopen. Dit heeft tot gevolg dat de zwakkeren, en dat worden op den
duur allen, op een paar na, producten moeten kopen die zo snel mogelijk dienen
te worden betaald. Een aanwijzing voor het versnellen van de geldcirculatie is
dat de behoefte is ontstaan aan een op alle niveaus merkbaar versnellen van de
administratieve verwerking ervan. Uw inkoop in de supermarkt kan vandaag aan de
kassa regelrecht afgeschreven worden van uw bankrekening. Een voor de rijken
gevaarlijke toestand kan worden : wanneer de grote som geld die op dit
ogenblik in het gezamenlijk bezit is van de zwakkeren op dezelfde wijze zou
worden beheerd als een onderneming zouden zij de sterksten blijken te zijn en
daardoor de prijs van alles kunnen bepalen. Nu al wordt er in het zakenleven
gewezen op dit gevaar van een groot kapitaal onder het publiek, maar de
geruststellende redenering die daarop volgt is dat het gelukkig geen
eenhoofdige kapitaalbezitter is. In dit gezamenlijk bezit van kapitaal ligt de
sleutel voor de bestrijding van de uitwas van het individualistische denken,
het kapitalisme, namelijk de eenhoofdigheid van de
massa. Het kan bestreden worden door de solidariteit van mensen en de
vereniging en de organisaties die zich als taak stellen, het produceren voor de
mensen met hun eigen geld legaal, en als de overheid zwicht voor het
grootkapitaal en wetten ontwerpt die dat verbieden illegaal. Dit is geen nieuwe
gedachte, ze is werkzaam in Indonesië en daar waar de kapitalistisch
georiënteerde wetgeving niet of nog niet sterk genoeg is. Een tweede
bestrijdingsmiddel is, een distributie systeem afdwingen dat gebaseerd is op de
energie die per tijdseenheid aan het milieu onttrokken kan worden zonder dat
dit daardoor achteruit gaat. Het effect hiervan is dat er een rem gezet wordt
op het snelle verrijken. Het tempo daarvan wordt dan bepaald door het
wetenschappelijk verantwoorde gebruik van de energie, en een tweede effect is,
dat ieder dan gelijke rechten heeft. Ieder moet het recht op een boterham
hebben, niet het geld om hem te kunnen kopen want geld kan niet toereikend
gemaakt worden door de manipulatie daarmee. Het kapitalistische systeem heeft
altijd gestreefd naar een steeds sneller geldcirculatie; loon vangen in de
kroeg en uitgeven in de kroeg. De eerste bevrijdende gedachte hierover was de
theorie dat de omstandigheden moesten worden veranderd om de mens de
mogelijkheid te bieden om te veranderen, omdat deze nooit volledig uit zichzelf
de macht heeft over zijn karakter en zijn driften. Dat we de neiging hebben toe
te geven aan begeerten in plaats van behoeften, en dat we die neiging nooit uit
onszelf kunnen veranderen omdat we samenleven met anderen met dezelfde neiging
en daar niet geïsoleerd van willen raken. Dit dilemma (keuze uit twee bezwaren)
wordt veroorzaakt door een egoïstische moraal die zowel in kapitalistische als
in socialistische landen een product is van de geïndustrialiseerde samenleving.
Iedereen wil liefst beter af zijn dan de ander tot elke prijs wil hij voorkomen
dat hij slechter af is dan de ander. Elke dag bevestigt het opnieuw dat het
menselijk karakter, zonder één enkele uitzondering, wordt gevormd door zijn
voorouders, die de kiem van zijn denkbeelden en gewoonten in hem leggen, en dat
deze de krachten zijn die leiding geven aan zijn gedrag. De mogelijkheid moet
dus geschapen worden dat de mens zich kan veranderen, dan verandert ook de
samenleving. Het verbeter de wereld en begin bij jezelf kan niet.Het
bewustzijn verandert niet zozeer door confrontatie met andermans bewustzijn,
maar door confrontatie met het eigen zijn, de eigen werkelijkheid. De taak van
de gezamenlijke socialistische partijen en organisaties is, dat ze
instrumentaal behulpzaam moeten zijn, op het moment dat daar aanleiding toe is.
Zij kunnen dat alleen als zij geen eerste verantwoordelijkheid hebben voor de
wetgeving maar wel voor de veranderende mens. Wetten horen te ontstaan door de
invloed van gelijkgerichte denkwijzen van velen en niet door politieke of
particuliere fantasieën of ideeën. De verbruikerscoöperaties (en de Haka) boden de mensen de gelegenheid te kunnen kopen wat ze
nodig hadden zonder dat profiteurs daar invloed op konden uitoefenen. Beide
organisaties zijn gesneuveld omdat de politiek deze activiteit niet begeleid en
gesteund heeft. De gehele progressief georganiseerde maatschappij had daar de
verantwoordelijkheid voor moeten dragen. Als socialist moet je aan de kant
blijven staan van de mensen die een dicht dak boven hun hoofd willen en niet
aan de kant van de eigenaar die geen mogelijkheid ziet een dicht dak te leveren.Volgens Marx moest de maatschappij zich zo
ontwikkelen dat de tegenwoordige maatschappij plaats zou moeten maken voor een
hogere vorm. De arbeidersklasse zou tot taak hebben zich door politieke actie
van de Staat meester te maken, ten einde met de op die wijze verkregen macht de
eigenaars te onteigenen. Dit uitsluitend geloven in de verschuiving van de
macht heeft de aandacht afgeleid van de omzetting van het individualistisch
denken in het socialistisch denken, wat de werkelijke verandering van de
grondslag van de maatschappij zou hebben betekend. De arbeidersklasse blijkt
niet het alléénrecht op het socialistisch denken te hebben. Daarnaast is een
maatschappij waarin een socialistisch regeringsbeleid gevoerd wordt terwijl er
door het grootste deel van de leden van die maatschappij individualistisch
gedacht wordt, bij voorbaat een ramp. Er zal consequent gewerkt dienen te
worden aan het doen blijken dat een individualistische moraal ongunstig is voor
het welzijn van alle individuen en een socialistische moraal alleen maar
gunstig omdat ze anders niet socialistisch genoemd mag worden. En dit is alleen
mogelijk door de leer waarbij de rechten van het individu boven die van de
gemeenschap gaan, te doen vervangen door de leer waarbij de rechten van het
individu ontleend worden aan de gezamenlijke rechten. Dat wanneer mensen hun
krachten bundelen en daardoor samen tot meer in staat zijn, zij samen meer
recht op de natuur hebben dan ieder afzonderlijk. Waar mensen gemeenschappelijke
rechten hebben en allen als het ware door dezelfde overtuiging geleid worden,
is het krachtens wat hiervoor is gesteld zeker, dat een ieder van hen zo veel
minder eigen recht heeft als de overigen tezamen
machtiger zijn dan hij. Dat wil zeggen dat de enkeling daadwerkelijk geen ander
recht op de natuur heeft dan wat het gemeenschappelijk recht hem toestaat. Dit
recht nu, dat wordt bepaald door de macht van de menigte, wordt gewoonlijk
Staat genoemd. De Staat, die de macht van de menigte zou moeten zijn, is sinds
lange tijd de macht van de overheid, zoals vorsten, dictators en nu diegenen
die de geldstroom beheersen ofwel de prijs kunnen bepalen. Dat de menigte macht
heeft via het parlementaire stelsel is niet waar, ze heeft geen enkele invloed
op de prijs van wat geproduceerd wordt. De overheid heeft de zijde gekozen van
de bezitters omdat ze de macht hebben, niet omdat ze kapitaal zouden kunnen
opbrengen voor bijvoorbeeld de sociale voorzieningen, nee ze besteden het zelf
als donors wat hun nog meer macht en invloed oplevert. Het probleem is, dat het
vervangen van de individualistische denkwijze door de socialistische alleen
slaagt wanneer de mensen daar zelf het nut en de noodzaak van inzien. De
dialectische wijze van probleemoplossing opent hier een perspectief door dit
enorme probleem op te vatten als een proces waarin de elementen daarvan elkaar
beïnvloeden. De egoïstische moraal kan men niet verbieden en de altruïstische
moraal niet opleggen, maar wél kan volgens de dialectische denkwijze systematisch
elke individualistische argumentatie voor de oplossing van een vraagstuk in de beleidsfeer gesteld worden tegenover een socialistische. Er
zal worden tegengeworpen dat dit altijd al zo gebeurt maar het is nooit
consequent toegepast, bijvoorbeeld bij de vraag welk economisch systeem, met
het algemeen welzijn als doel, nu moet worden toegepast. Ook is nooit
volledig doordacht hoever de gezondheidszorg voor het individu zich uitstrekt
tegen de achtergrond van het algemeen belang. Is het ontbreken van lichamelijke
arbeid (trimmen is geen de scheppende geest bevredigende fysieke inspanning) op
den duur in het belang van de mens in het algemeen!? Steeds worden opportune
oplossingen bedacht die worden bepaald door de financiële mogelijkheden, die op
hun beurt worden bepaald door degene die de prijs ervoor kan vaststellen. Zo is
het steeds de strijd tussen groepsbelang en het algemeen belang. De wetten van
het beleid in de Staat kunnen niet anders dan het algemeen belang dienen, zo
niet dan zou zij ontbonden zijn. Wetenschappelijke organisaties op het gebied
van politiek - rechten - en besluitvorming zullen het samenspel moeten regelen
binnen het beleidsvormende apparaat (de overheid). Die organisaties zullen van
individualistische en van socialistische signatuur zijn. Dit samenspel zal tot
doel moeten hebben de mening te vestigen dat de economie uitsluitend het
algemeen behoort te dienen en niet een of meerdere individuen, door
stelselmatig de voor- en nadelen van het eerste tegenover de na- en voordelen
van het tweede te stellen. De leugen zal dan weerlegd worden dat het algemeen
belang gediend zou worden wanneer ieder afzonderlijk het eigen belang zou
dienen. We moeten de gedachte opzij zetten dat de verandering van de
maatschappij vanzelf gaat wanneer we haar door een idee, een ideaal, in gang
hebben gezet. Ze zal geconstrueerd moeten worden door een proces op gang te
brengen.
De verandering van de maatschappij zal zich als een proces voltrekken
waarin het initiatief met een individualistisch karakter overtuigend een
vernietigende stilstand in de maatschappelijke ontwikkeling zal blijken te
veroorzaken (de huidige materiële schittering geeft geen glans aan het
menselijk bestaan) en het initiatief met een socialistisch karakter zal, ook al
omdat ze in de menselijke geschiedenis zo overtuigend beschreven en bezongen
is, een ontwikkeling naar behoud en handhaving van de mens blijken te zijn.
Bovenstaande tekst is
geschreven: door Klaas de Boer,
Pagina's zijn door mij uit het
tijdschrift van De Vrije Gedachte No. 243- maart 1994 overgenomen.
Naar: een grens te ver individualisme voorstelling
gedrag – Jan Vis
Naar:
eenindividualistischebeschouwingvolwassenindividualiteitdvg242-Jan Vis
Naar:
individualismekapitalismesocialismedvg - 243 – Klaas de Boer
Naar: individualistischebeschouwingenkapitalismedvg
- 244 – Dhr. H.
Atsma
Naar: datverfoeilijkeindividualismedvg245-Jan vis
Naar: datverfoeilijkeindividualismedvg246-Jan Vis (eerste vervolg)
Naar: datverfoeilijkeindividualismedvg247-Jan Vis (tweede vervolg)
Naar: datverfoeilijkeindividualismedvg248-Jan Vis (derde vervolg)
Terug naar: de Homepage van Rob van Es voor méér
informatie
|
|