Stelen…? Foei…!

Terug naar: de Startpagina

 

Bladwijzer: stelen  stelen-1  mentaliteitsverandering

No. 5 uit: De ontwikkeling v/d West Europese Cultuur

De gemoedelijkheid

Het leven van de gewone mensen wordt gekenmerkt door de gemoedelijkheid. Dat wil niet zeggen dat zij altijd even gemoedelijk zijn, want zij kunnen elkaar het leven danig zuur maken doordat zij zich mee laten zuigen door elitaire waarden die voor hen begerenswaardig zijn. Vaak ook wordt er van die waarden gebruik gemaakt om hen op te hitsen tegen zogenaamde vijanden, die - de geschiedenis bewijst dat - door de elites tot vijand verklaard zijn. Gemoedelijkheid echter wil zeggen dat men van zichzelf uit niet de drang heeft bepaalde inhouden van het zelfbewustzijn uit het geheel te lichten om ze als de maat te stellen voor zichzelf en vooral voor de medemensen. Het bestreven van deze normen en waarden loopt zo’n vaart niet en over het algemeen is men er zich van bewust dat de soep niet zo heet gegeten wordt als ze wordt opgediend. Bovendien zijn de gewone mensen vaak van mening dat ze de kans niet krijgen om hogerop te komen, zodat zij het daaraan meekomende concurrentiegedoe ook maar laten voor wat het is. Zij zeggen tegen elkaar. Doe maar gewoon! Zoals gezegd komt het er dus op neer dat er niets uitspringt uit het geheel van de zelfbewuste inhoud, van het weten van de mensen. Maar bij de elites is dat niet het geval: hele landstreken zijn uitgemoord omdat mensen weigerden te beantwoorden aan normen, die de elites als de maat hadden gesteld. De zogenaamde overheden zijn nog nooit gemoedelijk geweest, het is nooit voorgekomen dat het zo’n vaart niet liep. Zozeer zijn de dienaren der overheid vervuld van plichtsbetrachting (want zo heet dat!), dat het de gewone mensen verbaast als er eens een enkele keer wat soepeler opgetreden wordt. Een geschikte kerel, een menselijke ambtenaar en iemand met begrip, wordt er dan gezegd. Het viel gelukkig een beetje mee! Blijkbaar verwachten ook de gewone mensen dat de elites niet zo erg gemoedelijk zijn en dat is terecht: elites zijn keihard als het gaat om de essentie van hun élitair-zijn - waag het niet om oneerbiedig te zijn of ongehoorzaam, tast hun status niet aan want er zwaait wat... Als er door een regering een beslissing genomen moet worden terwijl er verschillende alternatieven voorhanden zijn, wordt onveranderlijk de harde oplossing gekozen: toch kernraketten, toch kerncentrales, toch een abortuswet, toch euthanasie verbieden, toch dienstweigeraars in de gevangenis, enzovoort. En men heeft het dan over zijn plicht doen en over het recht, dat zijn loop zou moeten hebben en bovendien zijn de elites ervan overtuigd dat het een rommeltje zou worden als er niet regelend, d.w.z. DWINGEND, opgetreden wordt. Geen gemoedelijkheid dus!

Verzonken zijn in het psychische

Hoe is nu de situatie als de inhouden van het zelfbewustzijn binnen het geheel blijven, d.w.z. binnen het gehele pakket van inhouden? De situatie wordt dan deze dat het de mens onmogelijk wordt de dingen te doen die hij KAN doen, maar die, als hij ze doet, het geheel van de werkelijkheid VERBREKEN. We moeten wel beseffen dat er NIEMAND is die ons kan beletten een ander te vermoorden, te bestelen, te vernederen; dat er niemand is die de mens kan beletten met een atoombom zijn medemensen te vernietigen of doormiddel van vernuftige technieken de natuur te veranderen. Wij menen dat rechters en politie, veiligheidscommissies en ethische norm stelsels al die dingen verhinderen, maar dat is slechts in schijn waar: voor elke schanddaad hebben de mensen altijd argumenten gevonden en nooit heeft men zich iets aangetrokken van het feit dat zoiets verboden was. Bovendien: van waaruit kwam men op het idee dergelijke dingen te verbieden? Ligt daaraan een waterdichte en overtuigende redenering ten grondslag? Zijn de normen van de ethiek logisch berekenbaar? Neen, dat zijn zij niet! Uiteindelijk is alle ethiek een GEVOELSKWESTIE, en dat komt doordat het gevoel is: de ervaring van het PSYCHISCHE in jezelf. Het psychische is er op grond van het feit dat een mens, voor zover hij lichamelijk en dus materieel is, meetrilt met zijn eigen BEWUSTZIJN, d.w.z. het trillende beeld van de werkelijkheid in hemzelf. Het gevoel, als ervaring van het psychische in jezelf, belemmert het uitvoeren van vernietigende handelingen. De mens is in staat die handelingen te verrichten omdat hij letterlijk alles kan, maar als het goed is doet hij het niet omdat zijn eigen psyche ( wat is dat..? ) hem dit belet. Zijn gevoel zegt hem dat je die dingen hebt te laten. Dat gevoel, op haar beurt, wordt ook een zelfbewuste zaak (het is immers een ervaring!) en daardoor kan een mens er over nadenken, zodat hij zelfs wel kan gaan menen dat hij zijn eigen ethiek BEDACHT heeft, dat die ethiek een gevolg is van een logische redenering. Maar geen enkele ethicus kan LOUTER REDENEREND aantonen dat bijvoorbeeld het vermoorden van een medemens niet te pas komt. Altijd wordt er een soort van geweten of een ingeboren redelijkheid of Gods wil in gefrommeld en dat doet men omdat men geen weet heeft van het bewustzijn en het psychische. Had men dat wel, men zou op de vraag waarom je de werkelijkheid niet mag verbreken, antwoorden: mijn gevoel zegt het me en dat zou precies het goede antwoord zijn. Het is echter een antwoord dat de moderne mens niet wenst te aanvaarden omdat hij van mening is dat de werkelijkheid te BEREKENEN is en dat het gevoel daar bijgevolg buiten valt. Dus hangt hij liever een verhaal op over het geweten en dergelijke. De mens voelt de werkelijkheid aan, of, anders gezegd: als mens voelt de werkelijkheid ZICHZELF aan. Overigens komt van dit aanvoelen in de praktijk niet zo erg veel terecht omdat de meeste conditioneringen er op gericht zijn dit aanvoelen te neutraliseren of in geheel andere banen te leiden. Het is immers een uitermate gevaarlijke zaak! Bijna niemand is gediend bij inzicht in de werkelijkheid, want het zou dan wel eens kunnen blijken dat de door de mensen ingerichte wereld helemaal niet deugt! De INHOUD van het zelfbewustzijn is op zichzelf een versnipperde zaak. Het is een HOEVEELHEID kennis en dus is het een kwantitatieve aangelegenheid. In het zelfbewustzijn is geen factor aanwezig die ervoor zou kunnen zorgen dat die hoeveelheid versnipperde kennis tot één geheel wordt. Het zelfbewustzijn zelf is alleen maar vrije beweeglijkheid, zodat de kennis alleen maar kan VERVLUCHTIGEN, oplossen tot niets, opgaan in helderheid. Het zelfbewustzijn als helderheid heeft niets met het geheel te maken, het begrip het geheel geldt alleen dan als er samenstellingen, en dus verschijnselen, zijn. En die zaak vinden wij in ons BEWUSTZIJN en hij wordt via de psyche voelbaar. Hij kan ook, in de zelfaanschouwing, zichtbaar gemaakt worden, maar daarover gaat het nu niet omdat dit op het terrein van het inzicht ligt en dat is in onze cultuur taboe... Willen wij nu dat de INHOUD van het zelfbewustzijn een samenhangende is die een onverbrekelijk geheel vormt, dan zal die hele zaak overeen moeten komen met ons BEWUSTZIJN (de werkelijkheid als beeld in onszelf), en dat kan alleen maar als het een gevoelszaak geworden is. Dat is de betekenis van de uitspraak verzonken-zijn in het psychische. Dit verzonken zijn geldt in sterke mate voor de gewone mensen, maar dat wil niet zeggen dat dit uit wijsheid voortkomt. Zoals gezegd laten zij zich maar al te graag wegzuigen. Vooral in de moderne westerse wereld zijn het de door de elites geschapen omstandigheden die een belangrijke blokkade vormen voor het toetreden tot de elite door de gewone mensen. Hierop komen wij uiteraard nog terug. Van belang is het om het volgende in te zien: zo er al sprake kan zijn van een mogelijke redding van de mensheid is die gelegen in het psychische; het zelfbewustzijn vervluchtigt alleen maar tot nirwana...

Voor meer informatie zie: De ontwikkeling van de West Europese Cultuur

 

No. 176 uit: Beweging en Verschijnsel deel 3

Je kunt met recht stellen dat de mensen niet zouden kunnen overleven als zij niet zouden werken (hoewel dieren dat wel degelijk kunnen. !). Maar de omkering van die bewering, namelijk dat de mensen werken om te overleven, klopt niet, hoewel het wel zo lijkt, het is een realiteit in een onvolwassen wereld: in die wereld werkt men, dat wil zeggen sjouwt, ploetert en scharrelt men, om voor zichzelf en zijn naasten overleven mogelijk te maken. In het zweet uws aanschijns. ! Hierdoor blijft het begrip arbeid nagenoeg uit het zicht, maar toch weerspiegelt nu juist dat de juiste verhouding. De mens produceert spullen, verzorgt de wereld en overleeft. Hij overleeft in een verzorgde wereld waarin alles wat hij voortgebracht (geproduceerd) heeft terecht is gekomen en tot zijn recht komt (verzorgd is). Het produceren en verzorgen is in feite het omzetten van de planeet tot een wereld van en voor mensen en dat omzetten kun je benoemen met het begrip arbeid. Ik wijs er op dat ook het verzorgen nadrukkelijk onder het begrip arbeid valt. Het is van belang dit in de gaten te hebben omdat het verzorgen tot op heden nog niet of nauwelijks, vanwege het economische denken dat op productie toegespitst is, gewaardeerd wordt. De eerste consequentie van het niet-begrijpen van het omzettingsproces is derhalve dat verzorgende arbeid op zichzelf niet gewaardeerd wordt en slechts enigszins in tel is voor zover het economisch wel gewaardeerde activiteiten ondersteunt of mogelijk maakt. Als dienstbaarheid is er enige waardering, maar niet als een zelfstandig element in het begrip arbeid. De tweede consequentie van bedoeld onbegrip is het verschijnsel dat de productie als een op zichzelf staande grootheid wordt beschouwd, een zaak dus die in zichzelf zijn eigen normen vindt en die van niets anders afhankelijk is. Er wordt dan geproduceerd om het produceren. Logisch gevolg is dat de norm daarvoor de zogenaamde groei is. Het gaat goed met de economie als zij groeit. Of het geproduceerde tot zijn recht komt (de verzorging van de wereld dient) is van geen enkel belang.

De derde consequentie is dit dat het produceren dient om het overleven van bepaalde personen en groepen mogelijk te maken en niet om er een leefbare wereld van te maken. Het op zichzelf staande produceren maakt ook een zaak als wapenfabricage en wapenhandel mogelijk. Nog steeds is die productie uitermate lucratief, ondanks het feit dat wapens in geen enkel opzicht bijdragen aan de verzorging van de wereld. Op het ogenblik worden wapens en militairen aangewend om in bepaalde gebieden rust te brengen en veiligheid voor de burgers. Dan lijkt het of je met iets zinvols te doen hebt, maar een met geweld veilig gemaakte wereld is nog altijd een onveilige wereld die plaatselijk en tijdelijk wat minder onveilig is gemaakt. Pas een verzorgde wereld is een veilige wereld. De geproduceerde spullen moeten zin hebben voor het menselijk leven. Als dat het geval is dragen zij bij aan de verzorging van de wereld. Je kunt in het kort zeggen dat de spullen nuttig moeten zijn. In dat begrip nuttig is ook het begrip nodig besloten. In onze onvolwassen wereld worden het nodig-zijn en de nuttigheid van bepaalde spullen alleen maar gesuggereerd om een excuus te hebben voor een ongebreidelde productie en een groeiende afzet, een excuus dus voor winst maken. Overigens, werkelijke verhoudingen laten zich door alles heen gelden, zij het zo dat er (voorlopig) niets van terechtkomt. Zo voelt men aan dat spullen nut moeten hebben en daarom doet men het voorkomen dat alle geproduceerde rotzooi uitermate nuttig is. Nuttigheid wordt daarbij in feite niet als norm voor kwaliteit gebruikt, maar als middel om onbelemmerd te produceren en af te zetten. Zoals al eerder gezegd is onze wereld tot nu toe door en door onveilig, en dat komt doordat de verzorging ervan nog nooit aan bod is gekomen.

Voor zover er toch van enige vooruitgang op dat gebied gesproken kan worden is dat per ongeluk en onbedoeld aan het gangbare produceren meegekomen. De verzorging is in plaats van hoofdzaak als bijzaak gesteld. Doordat de werkelijke verhoudingen liggen zoals ze liggen ontstaat er als bijproduct wel een enigszins verzorgde wereld, maar die wereld is te definiëren als een minder verwaarloosde. In die minder verwaarloosde wereld komen de geproduceerde spullen ook min of meer tot hun recht: zij kunnen niet helemaal zonder nut zijn en zij moeten ook nog een beetje functioneren, maar essentieel is dat zij daarvoor niet gemaakt worden. Zij dienen slechts om winst te maken en daarom is te zeggen dat het werken dat de mensen tot nu toe doen eigenlijk een vorm van stelen is. Dat is de meeste werkende mensen niet aan te rekenen. Zij hebben geen keus in deze wereld. Het begrip arbeid is een onvoorwaardelijke zaak: je arbeidt omdat deze wereld verzorgd moet worden en omdat dit zich in het laatste verschijnsel, de mens, laat gelden. Als en voor zover de wereld verzorgd is kunnen de mensen, alweer onvoorwaardelijk, leven. Daarbij maakt het absoluut niet uit wat de een doet en wat de ander. De spullen zijn beschikbaar en voor een ieder is dat onvoorwaardelijk het geval. Maar dat is voor de moderne onvolwassen mens moeilijk te bevatten omdat hij ten eerste alles voorwaardelijk doet, dus nooit zomaar zonder eigenbelang, en ten tweede alles naar zich toe wil halen en op grond daarvan van mening is dat iedereen teveel zal inpikken. Begrijp je deze zaak echter in zijn samenhang, dan blijkt dat niemand eisen stelt en dat niemand steelt. Voor een ieder zijn de spullen beschikbaar, onvoorwaardelijk omdat voor een ieder de wereld verzorgd is. Dat houdt tevens in dat niemand teveel heeft, alleen al vanwege de extra zorg die het teveel met zich brengt. De onvolwassen mens zou in de hierboven vluchtig geschetste volwassen, en dus verzorgde, wereld onmiddellijk gaan doen wat je nu de rijken ziet doen.

Gelukkig krijgt hij niet de kans daartoe, maar zou dat wel het geval zijn, hij zou de knoppen van zijn deuren van goud laten maken, teveel en te dure kleren hebben, anderen tot slaaf maken en in te luxueuze huizen wonen; kortom: hij zou zich schandelijk misdragen. De onvolwassen wereld is een onverzorgde wereld en daarin tracht men een weinig paal en perk te stellen aan het verwaarlozen en het stelen, vanuit een vaag besef dat dergelijke gedragingen niet bij de mens behoren. Volgens een groot aantal denkers zal het met de mens nooit zover komen dat hij raad zal weten met een wereld waarin al het nodige voorhanden is en vrijelijk en onvoorwaardelijk beschikbaar. De al vaker genoemde filosoof Jan Borger hield het voor mogelijk dat de mensheid op onze planeet ziek geboren zou zijn en misschien wel nooit de reis zou halen. Hij ging ervan uit dat alles gevarieerd is en dat dit ook met mensheden het geval zou zijn. Anderen menen dat de mens een soort van dier is dat in de grond van de zaak altijd roofzuchtig, moordzuchtig en egoistisch zal blijven. Het komt er dus op neer dat men het door mij geschetste perspectief bestrijdt. Veel is daar voor te zeggen, maar toch is dat onjuist. Zelfs als het waar zou blijken dat onze mensheid beneden de maat blijft, dan nog blijft mijn, gedachtegang overeind. Elders in het heelal lukt het dan stellig wel... In een verzorgde wereld is het overleven veilig gesteld. Op het moment dat dit het geval is kunnen wij van het begrip leven gaan gewagen. Voor dat begrip geldt dat het het vrouwelijke en het mannelijke ineen is, je kunt het ook benoemen met liefde. De verhouding productie - verzorging- overleven is dan te vertalen met de begrippen mannelijk - vrouwelijk- liefde. Elke productie is mannelijk, ook als vrouwen ermee bezig zijn; elke verzorging is vrouwelijk, ook als mannen ermee bezig zijn, en leven is steeds het ineen zijn van beide.

No.177

Het begrip arbeid dekt zowel het begrip produceren als het begrip verzorgen. Maar in het vanaf de Verlichting aan het einde van de 18e eeuw doorgebroken en gevestigde economische denken worden beide begrippen van elkaar gescheiden, op zo'n manier dat de verzorging of geheel buiten het economische denken valt, zoals bijvoorbeeld de huishoudelijke arbeid van de vrouw, of niet als een op zichzelf staand begrip wordt gezien maar juist als een aan de productie ondergeschikte zaak. Daarbij is dan automatisch gesteld dat de verzorging niet als een op de productie volgend meeromvattend begrip geldt, maar als een betrekkelijk onbelangrijke bijzaak binnen het kader van de productie. In feite echter ligt de verhouding zo dat het begrip verzorging het begrip productie inhoudt (en niet andersom!) en dat daarom het begrip verzorging meeromvattend is. De producten hebben namelijk op zichzelf geen betekenis, om van waarde al helemaal niet te spreken. Zij zijn pas werkelijk product voor zover zij gericht zijn op en terechtkomen in een verzorgende en verzorgde wereld! Het maken van winst, overeenkomstig het verlichte economische denken, gooit genoemde verhouding omver: de bepalende factoren…

Zie voor meer informatie Beweging en Verschijnsel deel 3

 

Zie ook eens: Briefwisseling-macht2

 

 

 

Investeer in jezelf, mentaal wel te verstaan.

Onderwerp: inzicht in uzelf

Bouwen wij mensen niet onze gehele persoonlijkheid op met behulp van een besef van eigenwaarde, ja zelfs van eigen meerwaarde ten opzichte van de andere mensen? En is niet ons gehele ethische, maatschappelijke, politieke en economische stelsel gebaseerd op de meerwaarde van de een ten opzichte van de ander en dus ook op de competitie en naijver tussen de mensen, alle mooie woorden over “gelijkheid” ten spijt? Mentaliteitsverandering gewenst ? Zeer zeker! Het  bevordert  ons leven zowel in psychische als in materiële zin ofwel toename van het welzijn van onszelf.

 

Laten we eerlijk zijn: het is wel degelijk een feit dat onze eigen mentaliteit in essentie niet zo bar veel verschilt van die van de regenten.

 

 In welke richting mentaliteitsverandering?  Neem nota van : ”Houden van en liefde” en voorts:

 

Citaat 2) . En de inhoud van die veiligheid is “het verzorgd zijn” en “het recht”, waarbij ik met nadruk aanteken dat het hier om een beschermingsrecht gaat. Het zou te ver voeren hierop thans uitvoerig in te gaan, maar zoveel kan ik er - voor de goede verstaander - wel over zeggen dat bij een beschermingsrecht ik veilig gesteld ben voor de ander, terwijl er werkelijk recht is als de ander veilig is voor mij.  Zie…

 

En vervolgens : Het begrip 'erkenning' - Existentiële garanties - Het begrip 'zelfstandigheid' - Het begrip 'zelfgenoegzaamheid' - Wat betekent veiligheid - Voorhanden levensbehoeften - Luxe goederen.

 Zie: Filosofie van de Hak op de Tak –aflevering 07

 

 

En zie ook eens  : Alledaags commentaar- aflevering 34 en Alledaags commentaar- aflevering 19

 

 

Zie ook voor nadere informatie : Individualisme, Kapitalisme : nummers 242; 243; 244; 245; 246; 247; 248

 

 

eigenwaarde

Bouwen zij niet hun gehele persoonlijkheid op met behulp van een besef van eigenwaarde, ja zelfs van eigen meerwaarde ten opzichte van de andere mensen? En is niet ons gehele ethische, maatschappelijke, politieke en economische stelsel gebaseerd op de meerwaarde van de een ten opzichte van de ander en dus ook op de competitie en naijver tussen de mensen, alle mooie woorden over “gelijkheid” ten spijt?

Onze waardenstelsels berusten op de analyse, het uit elkaar halen van de werkelijkheid en het vervolgens vergelijken van het ene onderdeel met het andere. Bij die vergelijking zijn onze eigen belangen de maat. Op grond van die belangen hechten wij- letterlijk - waarde aan bepaalde dingen en mensen en aan andere niet. Dat geldt ook voor de overtuigingen, de zogenaamde geestelijke zaken, de idealen, want ook die vormen wij vanuit ons eigen belang. Weliswaar beweren wij in dat geval dat het ons om het belang van de mensheid gaat, maar intussen zijn wij het toch zelf die bepalen wat het belang van de mensheid is. Het is voor ons belangrijk dat het goed komt met de mensheid, maar voor dat goede leggen wij onze eigen normen aan.

Het goede is voor een godsdienstige iets anders dan voor een vrijdenker. Dus wordt het waarde hechten aan bepaald door onze eigen geest, waarin wij ons een voorstelling maken van de werkelijkheid, zoals die volgens ons zou moeten en kunnen zijn. Het is echter de vraag of de werkelijkheid is zoals wij ons haar voorstellen.

 

Voor meer informatie, zie: Dat verrekte nihilisme

 

Terug naar: de Startpagina

 

 

 

 

 

 

 

website analysis
website analysis

website analysis
online hit counter